Discussie- en werkpunten

Uit: Samen verder, inzichten en oefeningen voor je relatie (©2004, Uitgeverij Boekencentrum)


1. 

Samen verder met dit boek

Over aandacht voor je relatie
Discussiepunt

Beantwoord voor jezelf de vragen: wat spreekt mij aan uit dit hoofdstuk en wat geeft mij meer inzicht? Waar heb ik vragen bij? Wissel uit.

Werkpunt I: Hoe is het voor jou om over je relatie te praten?

A. Omcirkel elk apart hoe eens of oneens je het bent met de volgende uitspraken. Wissel daarna uit.

Bezig gaan met je relatie... 1 = helemaal mee oneens     5 = helemaal mee eens
geeft me een gevoel van verbondenheid12345
kan alleen als je een prater bent12345
is saai12345
kost veel tijd12345
geeft me het idee dat het nooit goed is12345
maakt dingen zo problematisch12345
is leuk12345
maakt dat ik meer naar je verlang12345
ontmoedigt me12345
helpt me niet, want alles blijft toch bij het oude12345
voorkomt problemen12345
helpt mij minder dan vrijen12345

B. Als jullie er voor kiezen om meer aan je relatie te werken, hoe zou dat dan moeten wil jij je er goed bij voelen? Kruis aan/vul in en wissel daarna uit.

Werkpunt II: Maak een concreet plan

Vind je dat je relatie wel een nieuwe impuls kan gebruiken? Zo ja, op welk terrein? Hieronder staan de hoofdstuktitels van dit boek. Ze bestrijken elk een bepaald terrein.
Omcirkel bij elk onderwerp hoe belangrijk het onderwerp jou lijkt.

Onderwerp1 = heel onbelangrijk    5 = heel belangrijk
H2De relatie tussen man en vrouw12345
H3Ruimte voor jezelf12345
H4Intimiteit12345
H5Omgaan met emoties12345
H6Communicatie12345
H7Seksualiteit12345
H8Werken en zorgen12345
H9Afspraken maken12345
H10Geloof en kerk12345

Vergelijk elkaars prioriteiten en maak aan de hand daarvan een plan:

A. Welke hoofdstukken gaan jullie gebruiken?

B. Op welke manier?

  1. Wie? Jullie samen of met een gespreksgroep.
  2. Wanneer? Je kunt een vaste tijd afspreken, die te overzien is, bijvoorbeeld in de komende twee maanden, om de veertien dagen, samen een uur of met een gespreksgroep twee uur.
  3. Waar? Op een rustige plek.
  4. Hoe? Het is mogelijk om over een hoofdstuk verschillende keren te praten.

C. Een concrete aanpak

  1. Verdeel het hoofdstuk in gedeelten of besluit het totale hoofdstuk in één keer te bespreken.
  2. Elk leest het gekozen (gedeelte van het) hoofdstuk en beantwoordt bovendien de vragen van het discussiepunt.
  3. Kies na uitwisseling welk(e) werkpunt(en) jullie willen gebruiken, verwerk en bespreek die (eventueel in een volgend gesprek).

2. 

Zij denkt meer na over mij dan ik over haar

Over de relatie tussen man en vrouw
Discussiepunt

Beantwoord voor jezelf de vragen: wat spreekt mij aan uit dit hoofdstuk en wat geeft mij meer inzicht? Waar heb ik vragen bij? Wissel uit.

Werkpunt: Hoe zie je jezelf en je partner?

Door dit hoofdstuk kunnen partners zich meer bewust worden hoe elk van hen in de relatie staat. Het werkpunt bij dit hoofdstuk is daarom meer ontdekkend dan een concreet doe-punt. Voor praktische suggesties: zie de werkpunten uit de andere hoofdstukken.

  1. Herken je jezelf meer in de illustratie van de Oosterschelde of de illustratie van de kamer met een deur? Kun je dat illustreren met een voorbeeld uit je dagelijks leven?
  2. Welke positieve/negatieve effecten heeft deze stijl op jezelf?
  3. Welke illustratie vind je meer bij je partner passen: die van de Oosterschelde of die van de kamer met een deur? Kun je dat illustreren met een voorbeeld uit de dagelijkse praktijk?
  4. Welke positieve/negatieve effecten heeft zijn/haar stijl op jou?
  5. Wissel uit.

3. 

Ze wilde alles vanuit onze relatie doen

Over ruimte voor jezelf
Discussiepunt

Beantwoord voor jezelf de vragen: wat spreekt mij aan uit dit hoofdstuk en wat geeft mij meer inzicht? Waar heb ik vragen bij? Wissel uit.

Werkpunt I: Ruimte in je relatie

Hoe ervaart elk van jullie de ruimte in jullie relatie? Daar kun je achter komen als elk aankruist welke illustratie het beste jullie relatie weergeeft: A, B of C. Elk beantwoordt vervolgens de vragen daarna die bij die illustratie horen. Wissel daarna uit.

Als je A hebt aangekruist, teken dan waar voor jouw gevoel de grens ligt tussen jullie beiden: precies midden in of meer naar rechts/links.
Mocht je met de grens aangeven dat jij te weinig ruimte ervaart, benoem dan concreet wat jou meer ruimte zou geven. Bespreek samen welke oplossingen jullie zien.

Als je B hebt aangekruist, maak dan je gevoel over je relatie concreet door van onderstaande stellingen die aan te kruisen die bij jouw beleving aansluiten.

Bespreek of je op één concreet punt iets kunt veranderen.
Als je elkaar te dicht op de huid zit, kan het ingewikkeld zijn om er met z’n tweeën uit te komen. Zoek dan de hulp van een derde bijvoorbeeld door gesprekken met een raadgever of psycholoog.

Als je C hebt aangekruist, geef dan een concreet voorbeeld waarin jij de muur ervaart, bijvoorbeeld: 's Avonds zit je tot elf uur ’s avonds achter je computer en ben je onbereikbaar voor mij. Of: Je zit de hele avond met je vriendin te bellen en vertelt mij bijna niets.
Schijf ook op wat jij kunt doen en wat je partner kan doen om op één punt de muur die je ervaart te doorbreken. Bijvoorbeeld: van half negen tot negen uur ’s avonds samen koffie drinken.

Werkpunt II: Plannen maken

Maak naast plannen voor jullie samen ook plannen voor elk individueel en steun elkaar daarin. Je vindt hieronder een voorbeeld dat jullie voor de eigen situatie kunt gebruiken.

  1. Wat wil ik leren / kunnen / doen buiten onze relatie? (Bijv. aantekening remedial teaching halen)
  2. Welke financiën zijn nodig? (Bijv. boeken + lesgeld voor komend jaar ..... euro. Voor volgend jaar ..... euro)
  3. Welke tijd vraagt het? (Bijv. 1 avond per week les; .... uur studietijd)
  4. Wat moet ervoor georganiseerd worden? Bijvoorbeeld:

4. 

Hij trok zich achter zijn computer terug

Over intimiteit
Discussiepunt

Beantwoord voor jezelf de vragen: wat spreekt mij aan uit dit hoofdstuk en wat geeft mij meer inzicht? Waar heb ik vragen bij? Wissel uit.

Werkpunt I: Op welke terreinen ervaren wij intimiteit?

Omcirkel bij elk van de onderstaande gebieden een cijfer. 0 = geen intimiteit, 1 = weinig, 2 = redelijk, 3 = veel.
Kruis elk apart de lijst aan en vergelijk de uitkomsten.

1.emoties: intimiteit door het kunnen delen van wat je bezig houdt, wat je belangrijk vindt, wat je voelt en beleeft; bijvoorbeeld hoe voldaan je bent over je werk, hoe teleurgesteld in jezelf, hoe zinloos je het bestaan ervaart, etc.123
2.denken: nabijheid die een gevolg is van het kunnen delen van ideeën en opvattingen; bijvoorbeeld het samen kunnen uitwisselen van gedachten en meningen (ook al ben je het niet met elkaar eens) over maatschappelijke ontwikkelingen, over de voor- en nadelen van een bepaalde opvoedingsmethode, etc.123
3.schoonheid: het dicht bij elkaar komen door het kunnen delen van belevingen van schoonheid, bijvoorbeeld wat de natuur je doet, wat je mooi vindt in bepaalde muziek, wat je raakt bij een schilderij.123
4.creativiteit: intimiteit door samen iets op eigen manier vorm te geven; bijvoorbeeld kinderen voortbrengen en opvoeden, een huis of tuin samen inrichten, manieren bedenken om mensen verder te helpen en (binnen de partnerrelatie) elkaar creatief helpen om te groeien als mens.123
5.ontspanning: nabijheid door lol te hebben met elkaar; bijvoorbeeld in de speelse seksuele omgang, maar ook door samen bezig te zijn met sport (tennis, fitness e.d.) en spel (een spannende auto puzzeltocht e.d.).123
6.gezamenlijke verantwoordelijkheid: nabijheid doordat je samen de verantwoordelijkheid draagt voor een project, bijvoorbeeld: inkomen voor het gezin verwerven, samen een taak hebben in een maatschappelijke of kerkelijke organisatie, samen een bedrijf opbouwen.123
7.seksualiteit: intimiteit doordat het vrijen niet alleen een fysiek gebeuren is, maar ook een zich afstemmen op elkaar.123
8.romantiek: nabijheid die ontstaat doordat je je partner op een niet routinematige manier laat merken dat hij of zij speciaal voor je is. Je stapt uit de sleur en gewoonten van alledag en denkt opnieuw over je partner na, met als doel concreet te tonen dat je van hem of haar houdt.123
9.godsdienst/waarden: het kunnen delen van geestelijke waarden en religieuze belevingen, bijvoorbeeld delen wat je raakt in een kerkdienst, welke vragen je hebt op geloofsgebied, etc.123

Werkpunt II: Belemmeringen

A. Belemmeringen op het gebeid van intimiteit zijn op te sporen als elk uit onderstaand lijstje die hindernissen aankruist, die hij of zij ervaart. Daarna uitwisselen.

B. Wissel uit. Willen jullie op een concreet punt iets veranderen? Zo ja, wat?


Werkpunt III: Een maand oefenen

Als partners niet (meer) gewend zijn om over persoonlijke dingen te praten kan het goed zijn daar speciaal aandacht aan te geven. Hieronder staan vijf onderwerpen om elkaar over te vertellen.

1. Waar je van geniet
  1. Welk boek / welke film heeft je het meest geboeid? Waar heb je het gelezen / die gezien? Waar ging het over?
  2. Welke beroemde persoon zou je graag willen ontmoeten? Waarom? Wat zou je met hem / haar willen bespreken / doen?
2. Herinneringen
  1. Wat is je levendigste herinnering uit je vroege kinderjaren? Waar ging je heen? Wat deed je?
  2. Als je eens een hele dag kon optrekken met iemand uit je kinderjaren, met wie zou dat zijn? Waarom? Wat zou je willen doen? Wat zou je zeggen of vragen? Waarheen zou je willen gaan?
3. Gevoelens
  1. Op welke momenten heb jij je (het meest) eenzaam gevoeld? Waar was je? Wat deed je? Hoe ging het over? Op welk moment was je (heel erg) gelukkig? Hoe kwam dat?
  2. Tegen welke stress kun je moeilijk? Geef er een voorbeeld van. Waarom kun je daar moeilijk tegen? Komt die stress vaak voor?
4. Familie
  1. Wat was de grootste teleurstelling / moeilijkheid in het leven van je vader / moeder? Waarin had dat effect op hen? Had het effect op je relatie met jou?
  2. Met welke karaktertrek van je vader / moeder heb je moeite? Waarom? Kun je een voorbeeld geven? Zie je die trek in jezelf of in je partner of in een kind?
5. De relatie
  1. Wat zie je als vooral jouw bijdrage aan jullie relatie? Kun je een voorbeeld geven? Gaat je dat gemakkelijk of moeilijk af? Wat is de bijdrage van je partner aan jullie relatie?
  2. Op welke gebieden is de omgang tussen jullie gemakkelijk? Geef een voorbeeld. Waarin verschillen jullie sterk? Geef een voorbeeld. Denk je dat het zo zal blijven? Hoe vind je dat?

Je kunt het uitwisselen als volgt aanpakken:
Ga tegenover elkaar zitten. Elk kiest een onderwerp uit (bijvoorbeeld de een kiest onderwerp 2. Herinneringen en de ander onderwerp 4. Familie) en elk kiest van het gekozen onderwerp vraag A of vraag B om over te praten.
Partner 1 vertelt 5 minuten naar aanleiding van de gekozen vraag (tijd bewaken).
Partner 2 luistert, en mag daarbij niet afkeuren of corrigeren, maar wel vragen stellen.
Partner 2 probeert aan het eind van de 5 minuten samen te vatten wat er verteld is. Daarna de rollen omdraaien.
Je kunt één keer per week zo tijd nemen met elkaar en na vier keer evalueren wat jullie er aan hebben.


Werkpunt IV: Experimenteren in je relatie

Kies samen een van de negen intimiteitsgebieden die beschreven staan in werkpunt I en geef daar komende maand aandacht aan.
Hieronder volgen enkele concrete voorbeelden van hoe partners dat kunnen doen.

  1. Intimiteit door het delen van emoties. Lees bijvoorbeeld de komende maand samen het hoofdstuk emoties uit dit boek en gebruik de werkpunten.
  2. Intimiteit door samen hardop te denken. Je kunt samen krantenartikelen lezen en tijd reserveren om erover te praten.
  3. Intimiteit door het beleven van schoonheid. Je kunt samen een tentoonstelling bezoeken of een concert. Uitwisselen via cd’s welke muziek je mooi vindt en zo elkaars smaak meer leren waarderen.
  4. Intimiteit door het samen creatief vormgeven. Samen een plan maken hoe de kinderen met hun huiswerk te helpen, of samen een inrichtingsplan maken voor de tuin, waarbij jullie elkaars sterke punten inzetten: financiën, kleurgevoeligheid, plantenkennis, materialenkennis.
  5. Intimiteit in de ontspanning. Samen een sport beoefenen waarin je moet samenwerken; een weekend weg en nieuwe plekjes ontdekken; een (voor beiden nieuwe) avontuurlijke tocht met de fiets maken of wandelen in de bergen.
  6. Nabijheid door samen verantwoordelijkheid te dragen. Een taak op je nemen voor de buurt, kerk, maatschappelijke organisatie waarin je samenwerkt.
  7. Intimiteit door goede seks. Zie het hoofdstuk seksualiteit.
  8. Intimiteit door romantiek. Uit de sleur en gewoonte stappen en op een nieuwe manier laten zien dat je van je partner houdt. Het is een uitdaging voor beiden, hoewel veel mannen er vaak bewust aan moeten denken dat dit voor hun partner belangrijk is. Je kunt van elkaar leren op dit gebied. Een man zei: ‘Ik steek nu vaker een kaars aan dan toen ik nog alleen woonde.’ Een bloem op haar kussen, een cadeautje naast zijn bord, haar meenemen naar een nieuw plekje om te eten of te wandelen, kaarslicht in de slaapkamer, even hem omhelzen, kijken wat de ander aan kleding draagt en als het je partner goed staat dat ook zeggen: het zijn acties waardoor je laat zien dat je je partner nog steeds voor je wilt winnen en dat de ander niet een vanzelfsprekend bezit van je is. Als je je partner het gevoel geeft dat hij / zij bijzonder voor je blijft, zul je waarschijnlijk de goede resultaten in je relatie merken.
  9. Geestelijke intimiteit: samen naar een gesprekskring / lezing gaan en die ook nabespreken: wat je er aan had, waar je het niet mee eens bent en welke vragen er bij je over blijven. Zie verder het hoofdstuk over geloof en kerk.
  10. 5. 

    Onze relatie was anders gegaan als ik mij emotioneel had kunnen uiten

    Over omgaan met emoties
    Discussiepunt

    Beantwoord voor jezelf de vragen: wat spreekt mij aan uit dit hoofdstuk en wat geeft mij meer inzicht? Waar heb ik vragen bij? Wissel uit.

    Werkpunt I: De Relatie Emotie Meter

    Welke emoties beleven jullie aan elkaars gedrag? Vul A en B apart in en wissel daarna uit aan de hand van C t/m E.

    A. Welke prettige gevoelens in je relatie roept het gedrag van je partner op? Kruis achter elke uitspraak een vakje aan.
    0 = het doet me niets
    1 = het roept zwakke prettige gevoelens bij me op
    2 = het roept redelijk sterke prettige gevoelens bij me op
    3 = het roept sterke prettige gevoelens bij me op
    nvt (niet van toepassing) = het komt in mijn relatie niet voor

    Het geeft mij prettige gevoelens als mijn partner:0123nvt
    1.positieve woorden zegt (bedankjes, complimenten, etc.)                
    2.met mij meedoet aan ontspannende, inspirerende activiteiten (sporten, wandelen, muziek maken, uitwisselen wat jullie gelezen hebben etc.)
    3.met mij praat over wat hem / haar bezig houdt
    4.me spontaan een cadeautje geeft
    5.meewerkt in de huishoudelijke taken
    6.me regelmatig aanraakt, zonder de bedoeling met me naar bed te willen
    7.met me naar bed wil
    8.interesse in me toont (naar me luistert, vragen aan me stelt)
    9.me ruimte geeft (voor ontwikkeling, hobby’s, vriendschappen etc.)
    10.deelt in de zorg (voor kinderen, familieleden)
    11.in het openbaar genegenheid voor me laat zien
    12.in het openbaar laat zien dat hij / zij achter me staat
    13....
    Wat is je totale score op prettige gevoelens?

    B. Welke onprettige gevoelens in je relatie roept het gedrag van je partner op? Kruis achter elke uitspraak een vakje aan.
    0 = het doet me niets
    1 = het roept zwakke onprettige gevoelens bij me op
    2 = het roept redelijk sterke onprettige gevoelens bij me op
    3 = het roept sterke onprettige gevoelens bij me op
    nvt (niet van toepassing) = het komt in mijn relatie niet voor

    Het geeft mij onprettige gevoelens als mijn partner:0123nvt
    1.afspraken niet na komt (klussen doen, huishoudelijke taken, tijd van thuiskomen etc.)                
    2.thuis negatieve opmerkingen over me maakt
    3.in het openbaar negatieve opmerkingen over me maakt
    4.te veel praat
    5.me laat wachten als we samen weg gaan
    6.spullen niet opruimt (kleding, kranten etc.)
    7.negatief praat over mijn familie
    8.zwijgt over wat hem / haar bezig houdt (spanning op het werk, conflict in je relatie etc.)
    9.veel klaagt
    10.weinig belangstelling toont voor onze seksuele relatie
    11.me alleen maar aanraakt tijdens het vrijen
    12....
    13....
    Wat is je totale score op onprettige gevoelens?

    C. Vergelijk jullie scores. Wat valt jullie op?

    D. Ieder kiest elk één item uit van de beide lijsten en vertelt aan de partner welke behoefte / welk belang er achter zit, waardoor jouw prettige of onprettige gevoel kan worden verklaard. Bijvoorbeeld: ‘Als je me alleen maar aanraakt tijdens het vrijen, krijg ik het gevoel gebruikt te worden.’ Of: ‘Als je in het openbaar laat zien dat je achter me staat, voel ik me gerespecteerd.’

    E. Jullie zouden kunnen afspreken dat elk het uitgekozen en toegelichte punt van je partner een maand lang aandacht geeft. Is het een punt dat een prettig gevoel geeft, dan ga je dat juist doen. Is het een punt dat een onprettig gevoel geeft bij de partner, dan laat je dat een maand lang na.

    Werkpunt II: Woordenschat vergroten

    Onderstaande lijst met synoniemen, die elk een andere gevoelsnuance aangeven, kan je gevoelswoordenschat vergroten. Zet bij elk van de gevoelens een kruisje in het vakje dat aangeeft hoe vaak je dat gevoel in de partnerrelatie hebt: nooit, soms, vaak of zeer vaak. Wissel uit en licht toe.

    Ik voel me in de relatie met mijn partner:nooitsomsvaakzeer vaak
    aanvaard                                                                
    aanvaardend
    afstandelijk
    alleen
    apathisch
    bang
    bedreigd
    bedrogen
    bemoedigd
    bemoedigend
    beschaamd
    bezitterig
    blij
    bitter
    dankbaar
    dominant
    eenzaam
    egoïstisch
    enthousiast
    gefrustreerd
    gelukkig
    gemanipuleerd
    gerespecteerd
    gewaardeerd
    hartstochtelijk
    hatelijk
    jaloers
    koppig
    labiel
    laf
    liefdevol
    loyaal
    manipulerend
    meelevend
    miskend
    moedig
    mooi
    nalatig
    onbegrepen
    onbekwaam
    ondergewaardeerd
    ongelijkwaardig
    onoprecht
    oprecht
    onzeker
    optimistisch
    passief
    rationeel
    saai
    seksueel aantrekkelijk
    schuldig
    spontaan
    superieur
    teleurgesteld
    trouw
    verantwoordelijk
    verdrietig
    verliefd
    veronachtzaamd
    verworpen
    vriendelijk
    waarderend
    wanhopig
    wantrouwend
    wreed
    zielig
    zwaarmoedig
    zwak

    6. 

    Wat ik zei, kwam niet aan

    Over communicatie
    Discussiepunt

    Beantwoord voor jezelf de vragen: wat spreekt mij aan uit dit hoofdstuk en wat geeft mij meer inzicht? Waar heb ik vragen bij? Wissel uit.

    Werkpunt I: Breng je luistergewoonten in kaart

    Vul A, B en C apart in en wissel daarna met elkaar uit.

    A. Hoe luister je gewoonlijk? Zet achter elke uitspraak een kruisje in het vakje ‘vaak’, ‘soms’ of ‘nooit’, afhankelijk van wat voor jou van toepassing is.

    Hoe luister ik naar mijn partner?dat doe ik vaakdat doe ik somsdat doe ik nooit
    Ik kijk mijn partner aan als ik luister                                                
    Ik val in de rede
    Ik ben ongeduldig als ik luister
    Ik stop het gesprek pas als ik begrijp wat mijn partner bedoelt
    Ik luister met een half oor
    Ik toon interesse voor wat mijn partner vertelt
    Ik draag oplossingen aan
    Ik luister om te weten hoe mijn partner zich voelt
    Ik maak het mijn partner gemakkelijk om te praten
    Ik kan mijn partner niet volgen
    Ik vraag door
    Ik controleer of ik mijn partner goed begrepen heb
    Ik toon belangstelling als mijn partner met mij praat
    Ik laat mijn partner stoom afblazen
    Als ik luister, ben ik vooral gericht op het helder hebben van de feiten

    B. Wat valt je op aan je eigen luistergedrag?
    ...
    ...

    C. Welk luistergedrag zou je partner graag van jou willen?
    Ik denk dat mijn partner graag zou willen dat ik ...
    ...
    ...

    D. Afspraken maken.
    Maak een afspraak als jullie de komende maand iets willen verbeteren in jullie luistergedrag. Bijvoorbeeld: ik kijk je aan als je tegen mij praat. Of: ik val je niet meer in de rede.

    E. Evaluatie.
    Vul allebei na een maand de lijstjes opnieuw in en kijk wat (of) er (iets) ten goede is veranderd.

    Werkpunt II: Breng je manier van praten in kaart

    Vul A, B en C apart in en wissel daarna met elkaar uit.

    A. Hoe praat je gewoonlijk? Zet achter elke uitspraak een kruisje in het vakje ‘vaak’, of ‘soms’, of ‘nooit’, afhankelijk van wat voor jou van toepassing is.

    Hoe praat ik met mijn partner?dat doe ik vaakdat doe ik somsdat doe ik nooit
    Ik ben voorzichtig, waardoor ik niet alles zeg                                                
    Ik praat op een verwijtende toon
    Ik ben beknopt in mijn praten
    Ik heb geen zin om over mijzelf te vertellen
    Ik spreek mijn waardering voor mijn partner uit
    Ik beschuldig mijn partner
    Ik bedank als mijn partner dingen voor mij doet
    Ik zeg helder wat ik fijn vind of nodig heb
    Ik praat veel
    Ik communiceer meer via wat ik doe, dan via wat ik zeg
    Ik ben kritisch tegen mijn partner
    Ik beledig mijn partner

    B. Wat valt je op aan je manier van praten?
    ...
    ...

    C. Welk manier van praten zou je partner graag van jou willen?
    Ik denk dat mijn partner graag zou willen dat ik ...
    ...
    ...

    D. Afspraken maken.
    Maak een afspraak als jullie de komende maand iets willen verbeteren in jullie luistergedrag. Bijvoorbeeld: ik zeg helder tegen je wat ik fijn vind of nodig heb.

    E. Evaluatie.
    Vul allebei na een maand de lijstjes opnieuw in en kijk wat (of) er (iets) ten goede is veranderd.

    7. 

    Ik houd van jullie alle twee

    Over seksualiteit
    Discussiepunt

    Beantwoord voor jezelf de vragen: wat spreekt mij aan uit dit hoofdstuk en wat geeft mij meer inzicht? Waar heb ik vragen bij? Wissel uit.

    Werkpunt I: Verzorg de erotiek

    Wat kun je doen om de erotiek tussen jullie te verzorgen? Denk aan tips als:

    Werkpunt II: Ken je eigen seksuele voorkeuren en die van je partner

    Persoonlijkheid, geslacht, de eigen seksuele geschiedenis en andere factoren hebben invloed op iemands seksualiteit. Als je je eigen seksualiteit en die van je partner meer in beeld wilt krijgen dan kun je beiden onderstaande lijst twee maal invullen. De eerste keer kun je aanstrepen wat op jezelf slaat en de tweede keer kun je aanstrepen wat je denkt dat je partner invult. Wissel daarna uit en praat erover of jullie dingen willen veranderen of juist in stand willen houden.

    Let er in het gesprek op dat niet een van de partners domineert in het aandragen van wensen, maar dat de eventuele veranderingen een evenwichtige inbreng van beiden is.

      Mijn antwoord:    Ik denk dat mijn partner invult:  
    Ik ben geïnteresseerd in experimenteren   ja
      nee
      ja
      nee
    Ik heb graag variatie in onze seksuele omgang   ja
      nee
      ja
      nee
    Ik kan opgewonden raken door uitingen van zowel liefde als boosheid van mijn partner   ja
      nee
      ja
      nee
    Ik heb er behoefte aan om mijn gevoelens direct te uiten als ze bij mij opkomen   ja
      nee
      ja
      nee
    Ik geef graag geschenken aan mijn partner (en ontvang ze graag)   ja
      nee
      ja
      nee
    Seks helpt mij om mijn problemen te vergeten   ja
      nee
      ja
      nee
    Door seks zoek ik lichamelijke en emotionele troost   ja
      nee
      ja
      nee
    Ik vind trouw aan mijn partner zeer belangrijk   ja
      nee
      ja
      nee
    Ik zie seks als iets dat je aan je partner geeft   ja
      nee
      ja
      nee
    Ik vind het prima om vaste gewoonten en tijden te hebben voor onze seksuele omgang   ja
      nee
      ja
      nee
    Ik vind het essentieel dat de vrouw een orgasme bereikt   ja
      nee
      ja
      nee
    Ik heb het liefst seks ’s avonds en in ons eigen bed   ja
      nee
      ja
      nee
    Voor mij is het spel in de seksualiteit belangrijk   ja
      nee
      ja
      nee
    Het helpt mij om, voor we seks hebben, samen mooie gedichten te lezen of over een diepzinnig onderwerp te praten   ja
      nee
      ja
      nee
    Ik ben impulsief in mijn seksuele relatie   ja
      nee
      ja
      nee
    Ik druk mijn tedere gevoelens gewoonlijk uit   ja
      nee
      ja
      nee
    Ik heb tijd nodig in het seksuele spel   ja
      nee
      ja
      nee
    Ik praat graag eerst met mijn partner over inhoudsvolle dingen   ja
      nee
      ja
      nee
    Ik wil kennis hebben over seksuele technieken en die ook leren   ja
      nee
      ja
      nee
    Voor mij is romantiek in onze relatie belangrijk   ja
      nee
      ja
      nee
    Het belangrijkste is voor mij dat mijn partner bevredigd wordt door onze seks   ja
      nee
      ja
      nee
    De actuele seksuele daad is vaak teleurstellend vergeleken met wat ik me ervan voorgesteld had   ja
      nee
      ja
      nee
    Het maakt mijn seksuele leven onecht als ik door studie over technieken en hulpmiddelen mezelf bekwaam   ja
      nee
      ja
      nee
    Goed seksueel contact moet uit je intuïtie voortkomen   ja
      nee
      ja
      nee
    Wetenschappelijke studies over seksualiteit bestuderen doet mij goed   ja
      nee
      ja
      nee
    Werkpunt III: Wensen op seksueel gebied

    A. Als je aan je partner zou vragen: ’Schat, wat wil je graag dat ik meer / anders doe in onze seksuele omgang?’, wat voor antwoord zou je krijgen, denk je?
    Mijn partner zou zeggen: ...
    ...

    B. Vind je dat jullie als echtpaar voldoende lichamelijk contact hebben los van de geslachtsgemeenschap? Dus: contact door bijvoorbeeld strelen, massage, tegen elkaar aanliggen, kussen? ...
    ...

    C. Vergelijk elkaars antwoorden en bespreek of je iets wilt veranderen.

    8. 

    Ik draaide voor alles op (I)

    Over werken en zorgen
    Discussiepunt

    Beantwoord voor jezelf de vragen: wat spreekt mij aan uit dit hoofdstuk en wat geeft mij meer inzicht? Waar heb ik vragen bij? Wissel uit.

    Werkpunt I: Wat vinden we van de taakverdeling zoals we die nu hebben?

    Deze oefening kan aanleiding zijn voor het verbeteren van de afspraken over de gezamenlijke verantwoordelijkheden.

    Vul op onderstaande lijst in hoeveel uur je besteedt aan elk van de genoemde activiteiten. Kruis ook aan hoe leuk je de taak vindt. Vul daarna onderstaande lijst in voor je partner; je zult dan een schatting moeten maken. Als je beiden een volledige lijst hebt ingevuld, wissel dan uit. Bespreek bijvoorbeeld hoe je de verdeling ervaart en of er dingen beter veranderd kunnen worden.


    Invulformulier voor de vrouw
    ActiviteitenBestede uren per week (weekend meegerekend)Hoe leuk is de taak
    1 = niet leuk, 5 = leuk
    ikzelf besteed:mijn partner besteedt: ikzelf vind de taak:volgens mij vindt mijn partner de taak:
    12345 12345
    betaald werk / overwerk                                
    reistijd tussen werk en thuis
    studie/vakliteratuur bijhouden
    congressen/symposia bezoeken
    vrijwilligerswerk (voor bijv. sportvereniging, kerk, collectes enz.)
    zorg voor (zieke) buren, kennissen, familieleden buiten het gezin e.a.
    contact met familie/vrienden onderhouden (bellen, kaartje sturen, bezoeken)
    huishoudboodschappen
    andere boodschappen (kleding, apparaten)
    schoonmaken
    vaatwassen
    wassen / strijken
    eten koken
    tuinieren
    onderhoud/reparaties huis
    schoonmaken en onderhoud auto
    financiën
    organiseren en delegeren taken thuis
    verzorging kinderen (uit- en aankleden, naar bed brengen, wassen, enz.)
    ophalen / brengen van kinderen
    oppas regelen
    helpen met huiswerk
    dingen samen doen met de kinderen (spelletjes, voorlezen, samen computeren, samen televisie kijken)
    dingen samen doen als partners (wandelen, spelletjes, sporten, eten etc.)
    ......................................
    ......................................
    ......................................
    ......................................
    ......................................

    Invulformulier voor de man
    ActiviteitenBestede uren per week (weekend meegerekend)Hoe leuk is de taak
    1 = niet leuk, 5 = leuk
    ikzelf besteed:mijn partner besteedt: ikzelf vind de taak:volgens mij vindt mijn partner de taak:
    12345 12345
    betaald werk / overwerk                                
    reistijd tussen werk en thuis
    studie/vakliteratuur bijhouden
    congressen/symposia bezoeken
    vrijwilligerswerk (voor bijv. sportvereniging, kerk, collectes enz.)
    zorg voor (zieke) buren, kennissen, familieleden buiten het gezin e.a.
    contact met familie/vrienden onderhouden (bellen, kaartje sturen, bezoeken)
    huishoudboodschappen
    andere boodschappen (kleding, apparaten)
    schoonmaken
    vaatwassen
    wassen / strijken
    eten koken
    tuinieren
    onderhoud/reparaties huis
    schoonmaken en onderhoud auto
    financiën
    organiseren en delegeren taken thuis
    verzorging kinderen (uit- en aankleden, naar bed brengen, wassen, enz.)
    ophalen / brengen van kinderen
    oppas regelen
    helpen met huiswerk
    dingen samen doen met de kinderen (spelletjes, voorlezen, samen computeren, samen televisie kijken)
    dingen samen doen als partners (wandelen, spelletjes, sporten, eten etc.)
    ......................................
    ......................................
    ......................................
    ......................................
    ......................................

    Werkpunt II: Mijn passie / perspectief

    A. Hoe ontdek je wat je passie is en wat je interesse heeft?
    Je passie en je interesse komen onder meer naar voren in je antwoorden op onderstaande drie vragen. Gebruik hiervoor eventueel de besproken lijst van soorten werk.

    Schrijf je reacties op de volgende vragen op en wissel ze daarna uit.

    1. Waar loop je warm voor? ...
    ...

    2. Voor welke onderwerpen / activiteiten blijf je langer op? ...
    ...

    3. Wat zou je dolgraag willen bereiken / tot stand willen brengen? ...
    ...


    B. Wat is je perspectief voor je passie / interesse?
    Doe je er op dit moment iets mee of wil je er in de toekomst iets mee gaan doen? Als je er in de toekomst iets mee wilt, kun je een plannetje maken om je daar nu al op voor te bereiden, bijvoorbeeld door literatuur over het onderwerp te lezen, een cursus te volgen, een studie aan te pakken, te sparen, etcetera.

    9. 

    Ik draaide voor alles op (II)

    Over afspraken maken
    Discussiepunt

    Beantwoord voor jezelf de vragen: wat spreekt mij aan uit dit hoofdstuk en wat geeft mij meer inzicht? Waar heb ik vragen bij? Wissel uit.

    Werkpunt I: Welke taken te verdelen

    Bespreek over welke gezamenlijke verantwoordelijkheden jullie afspraken willen maken en waarom.

    Zo besloten twee partners met drie kinderen van 11, 14 jaar en 16 jaar om huishoudelijke taken te verdelen. Daarnaast willen zij de kinderen de basistaken van een huishouden aanleren.
    Hun lijstje van taken waarover ze afspraken wilde maken, zag er als volgt uit.

    Te verdelen huishoudelijke taken
    Sanitair en keuken
     wc beneden schoonmaken
     wc boven schoonmaken
     badkamer beneden schoonmaken
     badkamer boven schoonmaken
     keuken schoonmaken
    Stofzuigen en dweilen
     alles beneden stofzuigen, inclusief sanitair
     alles beneden dweilen, inclusief sanitair
     alle algemene ruimten boven + trap stofzuigen, inclusief sanitair
     dweilen algemene ruimten inclusief sanitair boven
    Vuilnis en oud papier
     alle prullenmanden/papierbakken beneden legen
     alle prullenmanden/papierbakken boven legen
     vuilniszakken/kliko buitenzetten en binnenhalen
     oud papier
    Wassen
     wasmand beneden brengen
     de was doen
     ophalen schone was
    Kamers
     bureau studeerkamer leegmaken
     kleren opruimen: overhemd in de was, pak ophangen
     eigen slaapkamer doen: bureau opruimen, stofzuigen, kleren opruimen
     beddengoed verschonen
    Diversen
     koken en keuken weer opruimen
     boodschappen doen
     konijnenkooi verschonen
     onkruid wieden
     afstoffen hallamp
     schoonmaken asla van open haard
     schoonmaken filters (wtw en wasdroger)
     grasmaaien

    Werkpunt II: Wie gaat de taken wanneer en hoe doen

    Schrijf bij jullie takenlijst uit werkpunt I op wie wat doet (werkafspraken) en hoe jullie het gedaan willen hebben (werkinstructies). Maak eventueel een afspraak wanneer jullie de taken willen evalueren.

    De partners uit het voorbeeld van het vorige werkpunt maakten de volgende lijsten. Deze lijsten beschrijven niet uitputtend alle voorstelbare huishoudelijke taken, maar geven een voorbeeld van het niveau van concreetheid en gedetailleerdheid.

    De eerste lijst bevat de werkafspraken (wie doet wat wanneer). De tweede lijst bevat de werkinstructies (hoe moet een taak gedaan worden, wanneer is de kwaliteit goed). Beide onderstaande lijsten bevinden zich ook als twee tabbladen in één Excel-bestand, dat je hier kunt downloaden en voor jouw situatie passend maken.

    Werkafspraken
    • ouders controleren de kwaliteit van de taken van de kinderen
    • tenzij anders aangegeven dienen alle zaterdagtaken < 24:00 af te zijn
    • ben je ziek of afwezig: probeer zelf te ruilen of te vervroegen
    Wekelijkse takengezinslid 1gezinslid 2gezinslid 3gezinslid 4gezinslid 5
    Sanitair en keuken
     wc beneden schoonmakenza
     wc boven schoonmakenza
     badkamer beneden schoonmakenza
     badkamer boven schoonmakenza
     keuken schoonmakenza
    Stofzuigen en dweilen
     alles beneden stofzuigen, inclusief sanitairwoza
     alles beneden dweilen, inclusief sanitair (na stofzuigen en schoonmaak)za
     alle algemene ruimten boven + trap stofzuigen, inclusief sanitairza
     dweilen algemene ruimten inclusief sanitair boven (na stofzuigen en schoonmaak)za
    Vuilnis en oud papier
     alle prullenmanden/papierbakken beneden legenza
     alle prullenmanden/papierbakken boven legenza
     vuilniszakken/kliko buitenzetten en binnenhalendi
     oud papier3e za
    Wassen
     wasmand beneden brengenza 9-13 uur
     de was doenza
     ophalen schone wasza <24:00za <24:00za <24:00
    Kamers
     bureau studeerkamer leegmakenza
     kleren opruimen: overhemd in de was, pak ophangenza
     eigen slaapkamer doen: bureau opruimen, stofzuigen, kleren opruimenzazaza
     beddengoed verschonen1e & 3e za/mnd1e & 3e za/mnd1e & 3e za/mnd1e & 3e za/mnd
    Diversen
     koken en keuken weer opruimen (ieder kind 1x in de drie weken)ma di wo vrdo za zowk 16, 19, 22, ...wk 17, 20, 23, ...wk 18, 21, 24, ...
     boodschappen doenwoza
     konijnenkooi verschonenza
     onkruid wieden1 door de weekse avond
     afstoffen hallampza 1x p.mnd
     schoonmaken asla van open haardza 1x p.mnd
     schoonmaken filters (wtw en wasdroger)za 1x p.mnd
     grasmaaienza x 14 dagen
    Dagelijkse taken
     uitruimen vaatwasmachineochtendavond
     tafel dekkenochtendweekend-lunchavond
     tafel afruimenochtendweekend-lunchavond
     inruimen vaatwasmachineochtend, avond

    Werkinstructies
    Plavuizenvloeren dweilen (wekelijks)
     Start na stofzuigen. Nodig: emmer halfvol met warm water en 1 eetlepel groene zeep daarin opgelost, mob.

    Mob in het water dopen en daarna zo goed mogelijk uitwringen. Vervolgens de vloer mobben zodat je niet meer door het natte gedeelte heen hoeft. Vloer laten drogen.
    WC schoonnmaken (wekelijks)
     Start na stofzuigen. Nodig: Ajax, schoon vaatdoekje (2e brede la van boven uit de keuken) en oude handdoek (3e la van boven-rechts in ouderslaapkamer).

    Wc geheel insmeren met Ajax met wc-borstel: deksel, bril, pot. Wc droogmaken met wc-papier of oude handdoek. Doorspoelen. Gooi Ajax in de pot en schrob binnenzijde pot (onder water) tot deze weer geheel wit is. Pot naspoelen met schoon water.

    Fonteintje inclusief kraan en zeeppompje, wc-borstelhouder, drukknop WC en planchet met een vaatdoekje met Ajax afnemen en daarna met droge doek afwrijven. Alle glimmende oppervlakken vingerafdruk- en druppelvrij achterlaten.

    1e week in de maand: wandtegels met Ajax op een vaatdoek afnemen en daarna met droge doek afwrijven.

    Vuile handdoekje in de was gooien, schone handdoek ophangen. Indien nodig: zeep bijvullen.
    Badkamer schoonnmaken (wekelijks)
     Start na stofzuigen. Nodig: Ajax, schoon vaatdoekje en oude handdoek (3e la van boven-rechts in ouderslaapkamer).

    Als eerste met (water)natte vaatdoek spiegel(s) schoonmaken; dan afdrogen met droge handdoek.

    Daarna wastafels (indien nodig: ook de onderkant!) inclusief kranen, planchetten, bekerhouders en zeeppompje met het vaatdoekje met Ajax afnemen en daarna met droge doek afwrijven. Glas in glashouder omspoelen met schoon water, eventuele tandpasta of andere vlekken verwijderen en afdrogen met droge handdoek. Alle glimmende oppervlakken vingerafdruk- en druppelvrij achterlaten.

    1e week in de maand: wandtegels, douche (doorzichtige wand, kraan, douchestang) en bad (kraan, douchekop, binnen- en buitenwand) met Ajax op een vaatdoek afnemen en daarna met droge doek afwrijven. Bij druppels/vlekken die er niet vanaf gaan (kalkaanslag) azijn of kalkreiniger (zie flacon in keuken onder spoelbak) gebruiken. Ook hier alle glimmende oppervlakken vingerafdruk- en druppelvrij achterlaten.

    Indien nodig: zeep bijvullen.
    Keuken schoonmaken (wekelijks)
     
    De was doen (wekelijks)
     
    Tuin (wekelijks)
     
    Huiskamer (wekelijks) (etcetera)
     
    Badkamer schoonmaken (jaarlijkse taak)
     Invoegen in de wekelijkse beurt na het reinigen van de spiegels:

    Glanzende deel lampjes afdoen met schoon vaatdoekje met Ajax. Badkamerkast bovenkant afnemen met natte doek en zijkant met schoon vaatdoekje met Ajax. Nawrijven met droge schone doek.

    10. 

    De dominee vroeg of we van elkaar hielden

    Over geloof en kerk
    Discussiepunt

    Beantwoord voor jezelf de vragen: wat spreekt mij aan uit dit hoofdstuk en wat geeft mij meer inzicht? Waar heb ik vragen bij? Wissel uit.

    Werkpunt I: Samen praten over geloof / levensbeschouwing

    Als je samen wilt praten over de rol van geloof / levensbeschouwing in je leven, kun je gebruik maken van onderstaande voorbeeldvragen.

    1. Wat heb je in je opvoeding over geloven mee gekregen, dat nu nog positief of negatief doorwerkt?
    2. Wat is voor jou een belangrijke vraag op het gebied van geloven?
    3. Denk jij dat God bij jouw leven betrokken is? Waarom wel of niet?
    4. Zou jij anders leven, als je wel/niet geloofde?
    5. Heeft bidden zin, vind jij? Waarom wel / niet?
    6. Wie is voor jou een stimulerend voorbeeld in geloven? Waarom?
    7. Wat vind je positief / negatief aan de kerkdiensten in jouw / onze kerk?
    8. In hoeverre merk jij wel eens wat van God?
    9. Hoe denk jij over een leven na de dood; waarom?
    10. Zie ik God anders dan jij, denk je? Zo ja, waarin?

    Je kunt het uitwisselen als volgt aanpakken:
    Ga tegenover elkaar zitten. Elk kiest een vraag uit.
    Partner 1 vertelt 5 minuten naar aanleiding van de gekozen vraag (tijd bewaken).
    Partner 2 luistert, en mag daarbij niet afkeuren of corrigeren, maar wel vragen stellen.
    Partner 2 probeert aan het eind van de 5 minuten samen te vatten wat er verteld is. Daarna de rollen omdraaien.
    Je kunt één keer per week zo tijd nemen met elkaar en na vier keer evalueren wat jullie er aan hebben.

    Werkpunt II: Samen bezig zijn: hoe gaat dat bij ons?

    A. Als je wilt uitwisselen hoe jullie het samen bezig zijn op geloofsgebied ervaren, kun je gebruik maken van onderstaande lijst. Vul hem eerst apart in en vergelijk dan de uitkomsten.

    betekent heel veel voor me, omdatbetekent veel voor me, omdat doet me niets, omdatvind ik niet prettig, omdatstoot me af, omdat
    Samen praten over levensvragen
    Samen naar de kerk gaan
    Samen bidden
    Samen in de bijbel lezen
    Samen aan een gespreks- of bijbelkring deelnemen
    Samen ons inzetten voor een kerkelijk diaconaal project
    Samen zingen, naar geestelijke muziek luisteren of kunst bekijken

    Wissel uit.

    B. Waar heb je behoefte aan als je denkt aan het gezamenlijk beleven van het geloof?
    Vul in en wissel uit.

    1. Het doet mij goed op het gebied van geloven dat wij ...
      ...
    2. Ik mis op het gebied van geloven dat wij ...
      ...

    Wissel uit.

    Werkpunt III: Samen bijbel lezen en bidden

    A. Samen de bijbel lezen. Er worden vele bijbelleesroosters uitgegeven; wellicht kan je kerk je daarmee helpen, of je kunt dit bijbelleesrooster downloaden bij het NBG. Bepaal hoe vaak per week je samen wilt lezen en wanneer (bijvoorbeeld: na de maaltijd, voor het slapen gaan). Stel, je begint met het lezen van het evangelie van Mattheüs. Je kunt allebei een bijbel voor je nemen (en zijn er oudere kinderen, dan kunnen zij ook meedoen), het bijbelgedeelte verdelen over wie meedoen; ieder leest dus hardop een aantal verzen. En wissel daarna het gelezene uit aan de hand van de vraag: leren we iets over God? Of als je een dagboek gebruikt: laat een het bijbelgedeelte lezen en de ander de toelichting.

    B. Samen bidden. Gebed wordt heel gemakkelijk gezien als het leveren van een prestatie: het moet dan mooi en uitgebreid zijn. Zo’n opvatting vestigt de aandacht op de vorm en remt. Samen bidden kan lukken als ieder gewoon zichzelf mag zijn en het niet gaat om de vorm maar of ieder meent wat hij / zij zegt. Een eenvoudige vorm om het samen bidden te leren, kan zijn: